fontanel

De fontanel

Een fontanel is een plaats boven op het hoofd waar meerdere schedelbeenderen samenkomen en nog niet zijn gesloten.

Bij een Chihuahua met een extreem groot appelhoofd komt het soms voor dat op meerdere plaatsen op de schedel de verbening nog niet voltooid is, zie afbeelding [B], ook deze worden fontanellen genoemd.

Vaak gaat een extreem appelhoofd samen met een hydrocefalie, (ook wel ( "waterhoofd") genoemd) de oorzaak van een waterhoofd is een gestoorde omloop van het hersen- en ruggenmerg vocht (liquor). In de vroegere ras standaard was de open fontanel een raskenmerk, hetgeen gelukkig nu is veranderd.

Volgens de nieuwe F.C.I. Standaard van No. 218/21.10.2009 is een open fontanel een diskwalificatie fout De serieuze fokkers besteden reeds jaren veel aandacht om een fontanel weg te fokken. Een grote fontanel betekent immers een verzwakking van de schedel en daardoor kans op hersenletsel.

Gelukkig zien we nu dat bij de meeste chihuahua's heden ten dage geen fontanel aanwezig is of slechts een kleine fontanel.

 

 

Patella luxatie

Patella luxatie

Patella luxatie bij Chihuahua Patella is de officiële naam voor de knieschijf, patella luxatie betekent dus een verschoven knieschijf. Een patella luxatie komt regelmatig voor bij de hond,en meestal bij kleinere rassen.

Het kniegewricht zorgt er voor dat het boven-en onderbeen ten opzichte van elkaar kunnen bewegen, een scharnierende beweging. Om deze beweging mogelijk te maken, zit er aan het dijbeen (bovenbeen) een aantal spieren die uitlopen in pezen welke aan het scheenbeen vasthechten. Wordt er een spier samengetrokken, dan zal, afhankelijk van waar die spier zit ( aan voor- of achterzijde van het dijbeen) de knie zich strekken of buigen.

Om een goede hefboomwerking bij het strekken te krijgen, ligt aan de voorzijde over het kniegewricht een stevige pees, afkomstig van een grote dijbeenspier. Deze pees hecht kort onder het kniegewricht aan het onderbeen vast.

Om te voorkomen dat tijdens het aanspannen van de pees deze naar binnen (mediaal), of naar opzij (lateraal) af zal glijden,ligt deze gefixeerd in een gleuf (trochlea) die zich aan de voorzijde vlak boven het kniegewricht op het dijbeen heeft gevormd. Voor de stevigheid en om slijtage van de pees te voorkomen is het gedeelte dat door de gleuf glijdt, verbeend (kraakbeen).hetgeen we Patella(knieschijf )noemen.

Soms is de groef (trochlea), waarin de knieschijf heen en weer glijdt te ondiep en zit de aanhechting van de kniepees wat te ver naar binnen, een andere mogelijkheid is slappe spieren of pezen.Het gevolg is dat de patella (knieschijf )er dan gemakkelijk af kan glijden; we spreken dan van een knieschijfverschuiving of patella luxatie. Meestal komt dit voor aan een been met uitzondering aan beide benen. Traplopen, springen en dergelijke hebben geen invloed op het ontstaan van een patella luxatie.

Het is meestal een aangeboren erfelijke afwijking, hetgeen natuurlijk consequenties heeft voor de fokker maar met een goed fokprogramma is er heel wat aan te doen.

 

 

knikstaart

De Knik-staart

Knik-staarten bij Chihuahua zullen in de komende tijd, als gevolg van het coupeerverbod van staarten, steeds meer ongecoupeerde honden op de keuringen zien verschijnen.

Het is daarom goed de aandacht nog eens te vestigen op het voorkomen van een knik of knikken in de staart. Op zichzelf misschien niet zo interessant, maar de consequenties voor de fokkerij zijn dat wel degelijk. Inleiding.

De staart is het verlengde van de wervelkolom. De wervels in de wervelkolom zijn verschillend gebouwd al naar gelang hun functie. De staartwervels liggen recht achter elkaar, worden steeds smaller en geleidelijk iets korter. De laatste wervel eindigt in een punt.

Tussen de werveltjes bevinden zich ook gewrichtjes en tussenwervelschijfjes voor de bewegelijkheid en veerkracht. Het geheel wordt bij elkaar en in positie gehouden door banden, pezen en spieren.

Een normale staart zal ongeveer tot de hak reiken.Bij diverse diersoorten komen aangeboren afwijkende staartvormen voor. De staart kan te kort zijn b.v. door scheve of te korte wervels, door vermindering van wervels. De staart eindigt dan vaak stomp. De staart kan ook geheel afwezig zijn.

Er kunnen knikken in de staart zitten die niet verstrijkbaar zijn, dus wervels die scheef aan elkaar vastgegroeid zijn. Ook kennen we het beeld van halve wervels de zgn. Hemivertebrae.

Er kan een vaste kromming in de staart voorkomen (een vergroeide ring) of zelfs aan het einde een knoop. Het kan ook gebeuren dat de staart alleen uit vlezige delen bestaat zonder bot. De aangeboren afwijkingen komen o.a. voor bij honden, katten, varkens en muizen. Bij muizen is er een wetenschappelijk onderzoek verricht naar de genetische achtergrond van dit fenomeen.

 

 

geboorte-afwijking-tea-cup-chihuahua

Waterhoofdje bij Chihuahua .

Hydrocephalus is een aangeboren of later ontstane vergroting of uitzetting van de hersenkamers door een vergrote productie van hersenvocht. De aandoening ontstaat door stuwing van het hersenvocht, die meestal veroorzaakt wordt door de afsluiting van een van de doorgangswegen.

De hersenen nemen het grootste gedeelte van de schedelinhoud in beslag. Ze zijn voorzien van talrijke bloedvaten en ze worden omspoeld door Liquor (hersenvocht), waar ze als het ware drijven in het hersenvocht, dat normaal uitziet als water. Het hersenvocht wordt geproduceerd in holtes in de hersenen, de hersenkamers (ventrikelsysteem). Bij een hydrocephalus kan het hersenvocht onvoldoende wegvloeien.

Het hersenvocht is belangrijk bij de aan en afvoer van voedingsstoffen voor de hersenen. Ook vormt het een soort stootkussen ter bescherming van de hersenen.

Het gevolg van hydrocephalus is dat de hersenkamers groter worden door de ophoping van het vocht, het hoofd groeit hierdoor onevenwichtig snel ten aanzien van het lichaam.

Bij een of meerderen fontanellen zie je dan vaak op de plaats van deze een blaasvormige uitstulping op de hersenpan ontstaan door de verhoogde druk van het hersenvocht in het hoofd.

Bij oudere pups en volwassen hondjes waarbij de schedel reeds is gesloten en geen fontanel(len) aanwezig zijn ziet men heel vaak uitpuilende ogen. Het een en andere kan leiden tot misselijkheid/braken evenwichtsstoornissen en/of een verstoorde motoriek. Uiteindelijke zal hydrocephalus leiden tot het verlies en of beschadiging van het hersenweefsel.

DiagnoseBij hondjes met een overdreven groot hoofd, die extreem rustig tot apatisch dan wel lethargisch zijn of zonder aanleiding plotseling angstig gedrag vertonen, evenwichtstoornissen en of een verstoorde motoriek, doet men er verstandig aan een dierenarts te raadplegen.

Deze kan door middel van echo-onderzoek of door het maken van een CT of MRI-scan de diagnose stellen hydrocephalus. Als de Chihuahua een fontanel (of meerdere) heeft dan geeft men de voorkeur aan een echo-onderzoek omdat door eventuele het aanwezige fontanel(len) in de schedel de echogolven geen hinder ondervinden en er een nauwkeurig onderzoek van het aanwezige vocht in de kamers kan plaatsvinden. BehandelingIs alleen mogelijk als een waterhoofdje is ontstaan door een bacteriële infectie, omdat een eventuele behandeling gepaard zal gaan met zeer veel pijn moet men op ethische gronden overleggen of het verstandig is dit te doen.OverervingBij een aangeboren hydrocephalus is een reële kans dat men te doen heeft met een erfelijke oorzaak en dit wordt X-gebonden recessief overgeërfd. Hoe dan ook het mag duidelijk zijn, dat hondjes met een waterhoofdje absoluut voor de fok uitgesloten moeten worden.

 

Cryptorchidie, 1 testikel.

Wat is dit? Het is het afwezig zijn van een of twee van de testikels in het scrotum. De zaadballen(testikels) bevinden zich dan dus niet in de balzak (het scrotum).

Men spreekt van unilaterale cryptorchidie als slechts een bal afwezig is en van bilaterale cryptorchidie als beide ballen afwezig zijn.Hoe komt het?Tijdens de ontwikkeling van het embryo ontstaat de eerste aanleg van de testikels vlak bij de nier, diep weg in de buikholte bijna tegen de rug aan.

In de loop van de ontwikkeling van embryo naar foetus naar pasgeboren pup zakt de testikel naar de buikwand, en via het lieskanaal komt hij tenslotte in de balzak of wel het scrotum terecht (buiten de buikholte). Er zijn twee lieskanalen, een links en een rechts. Het scrotum bestaat uit twee met elkaar vergroeide zakjes (een links en een rechts).

Een periode vlak voor de geboorte tot enige tijd erna kan de testikel heen en weer jojoën door het lieskanaal naar het scrotum en weer terug de buikholte in. Op een gegeven moment na de geboorte sluit het lieskanaal en bevindt de bal zich in de balzak en kan hij niet meer terug de buikholte in. Dat is de normale ontwikkeling.

In enkele gevallen blijft het lieskanaal te groot en kan de testis heen en weer van scrotum naar de buikholte. Dit is onvolledige cryptorchidie. In andere gevallen komt de bal niet in de balzak maar blijft in de buikholte. Dan spreken we van cryptorchidie. (Verborgen zaadbal)Is het erg? In eerste instantie is het niet erg voor het dier zelf, hoewel op latere leeftijd een testikel in de buikholte problemen kan geven door ontsteking, afwijkende hormoonproductie of tumorvorming. voor de fok is het wel erg; een reu met een dergelijke testikel kan minder vruchtbaar zijn, waarbij ook afwijkend zaad gevormd kan worden.

 

merle

Merle.

Dan nog een kant tekening wat betreft de Merle vacht kleur.En een uitleg van het gevaar daar van.Dit is de reden waarom ik niets met deze kleur doe, ook niet met gen dragers. Merle vachtkleur patroon.

De merle vachtkleur wordt gekarakteriseerd door lichte vlekken (verdund pigment) in combinatie met donkere gepigmenteerde gebieden. Onder invloed van het merle-gen wordt de oorspronkelijk vachtkleur lichter.

Echter, in tegenstelling tot andere verdunningsgenen, is dit effect op de kleur niet evenredig verspreid over de gehele vacht. Merle komt daarom tot expressie als lichtere vlekken verspreid over het lichaam van de hond.

Als de basis kleur zwart is, geeft het merle gen een zacht grijs effect (blauw). Als de basis kleur rood is, geeft het merle gen vale rode kleur vlekken.Rassen waar het Merle vachtkleur patroon voorkomt zijn: de Shetland Sheepdog (Sheltie), de Schotse Herdershonden (Collie), de Duitse Dog, de Welsh Corgi Cardigan, de Australian Shepherd, de Border Collie, de Chihuahua, de Dashond, de Pyrenean Shepherd, de Pomeranian en de Beauceron.GeneticaVachtkleur patronen ontstaan onder invloed van een groot aantal genen, die ook elkaars expressie kunnen beïnvloeden (interactie).

Merle wordt genetisch toegeschreven aan de twee allelen van het M-locus. De wijze van overerving bij merle is autosomaal, incompleet dominant. Honden met het merle-phenotype zijn genetisch heterozygoot voor Mm. Bij dit Mm-genotype worden haren om en om' wel of niet verbleekt, wat het (feno)typische merle vachtkleurpatroon geeft.

Afhankelijk van de basis kleur ontstaat zo de bleu merle, red merle etc. In Nederland staat het merle phenotype veelal bekend als ‘tijger' In sommige rassen het harlekijn-patroon voor. Dit ontstaat door de interactie van de genen op het merle locus en het separate (h)arlequin locus (H-locus).

In uitzonderlijke gevallen is een hond zonder merle-phenotype toch drager van het merle gen. Daardoor kan het voorkomen dan een uiterlijk merle-vrije hond, wel nakomelingen geeft met het merle phenotype. Het ouderdier wordt dan omschreven als cryptic merle' .De overvingswijze van harlekijn is dominant.