Wist je dat.........

* Dat het heel normaal is wanneer honden af en toe gras eten? Het helpt ze bij hun spijsvertering.

* Dat tussen de 8 en 12 weken het leervermogen van een pup het grootst is? Wat hij dan leert, vergeet hij nooit meer. De voorwaarde is echter wel dat je blijft trainen met je hond. Leer je bijvoorbeeld in die periode je hond zitten en je herhaalt dit later niet, dan zal je hond dit vergeten.

* Dat reuen pas hun poten optillen bij het plassen wanneer ze geslachtsrijp zijn? Daarvoor plassen ze net als teven.

* Al na 20 tot 30 minuten spelen zijn pups moe en slaperig. Wordt deze rust hen niet gegund, dan kan dat tot ontwikkelingsstoornissen leiden zoals een overbelast zenuwstelsel, waar zelfs agressie uit voort kan komen. Omdat tijdens het slapen de ademhaling, hartslag en het zuurstofgebruik afnemen, zorgt de hond voor een gelijkmatige lichaamstemperatuur door zijn lichaamsoppervlakte te verkleinen door in elkaar te rollen. Slechts 10 tot 15% van de totale tijd dat hij slaapt, is een hond in diepe slaap. Gedurende deze fase droomt hij ook.

* Honden houden niet op met eten wanneer ze genoeg hebben, maar zetten overtollige voeding in vet om, voor moeilijke tijden.

* Bij het wandelen in de sneeuw verbruiken kleine honden veel meer kracht dan grote. Ondanks hun geringe gewicht zinken ze in losse sneeuw tot hun buik weg, waardoor elke stap een calorieënverslindende sprong wordt. Het hart wordt hierbij bovenmatig belast. Hou wandelingen door diepe sneeuw daarom kort. Drie of vier korte wandelingen door de sneeuw zijn voor een hond gezonder dan één lange.

* Nagels knippen: honden die niet graag op asfalt lopen, hebben vaak te weinig slijtage aan hun nagels. Die moeten dan geknipt worden. De eerste keer vraagt u uw dierenarts om u te laten zien hoe ver u mag knippen. Een trimster kan dit ook doen. Daarna kunt u het zelf doen, maar wacht niet tot je hond moeite krijgt met lopen. Belangrijk is dat u de nagels recht afknipt, dus in een haakse hoek. Denk ook aan dat “ene teentje bovenop”. Vraag iemand anders om de hond vast te houden. Degene die knipt moet altijd de poten vasthouden.

* Tandverzorging: Veel honden hebben aanleg om tandsteen te krijgen, die tot tandvleesontsteking en het verlies van tanden kan leiden. Daarom zou het eigenlijk goed zijn om na iedere maaltijd de tanden van de hond te poetsen. Daarvoor kunt u een gaasje om uw vinger wikkelen en voorzichtig de tandenpoetsen. Doe de lippen een stukje naar boven en borstel de tanden en kiezen aan de binnen- en buitenkant en op de kauwvlakken. Begin hier al heel vroeg mee, zo went uw hond snel aan de poetsbeurt.

* Oog verzorging. Maak de ogen van uw hond bij vorming van bruine strepen schoon met afgekoeld lauw/warm water. Doe dit met een watje. Let er op dat u na het reinigen met een droge schone doek het schoon gemaakte gedeelte goed droog maakt door heen en weer te wrijven. Wanneer dit gedeelte vochtig blijft zullen er juist meer bacterieen vormen.

* Een hopeloze zaak wordt het zindelijk worden van een hond, wanneer hij als pup hierover steeds op zijn donder krijgt. Jammer genoeg gebeurt dat al gauw, omdat de eerste hoopjes van een hond nu eenmaal meestal in huis terechtkomen. Straffen is verkeerd tenzij je hem kunt betrappen. Regelmatig naar buiten gaan vermindert het aantal ongelukjes in huis. Beloon de hond overdadig met woorden en lekkere hapjes wanneer hij zijn behoefte buiten doet. Leer de pup vanaf het begin meteen WAAR hij zijn behoefte mag doen en WAAR NIET.

* De buik is het gevoeligste lichaamsdeel van de hond. De huid is nauwelijks behaard en daardoor kwetsbaar. Als een hond aan een soortgenoot, een ander dier of een mens zijn buik 'presenteert', geeft hij daarmee blijk van groot vertrouwen of onderworpenheid. Bij andere honden werkt dit deemoedgebaar remmend op het bijten. Een gevecht is bijna altijd beëindigd als één van beide kemphanen op zijn rug gaat liggen. Probeer nooit een vreemde hond op zijn buik te krabbelen. Hij zou het als een uitdaging opvatten en zich verdedigen.

* In de ogen van uw hond spreekt u opeens 'Chinees' als u hem voor vreemden de kunstjes wil laten doen, die hij bij u thuis zo enthousiast uitvoert. In het bijzijn van anderen verandert u namelijk van lichaamshouding, mimiek, spreektempo en intonatie. Uw hond merkt dat veel scherper op dan wij mensen. Hij weet werkelijk niet wat u van hem wil. Hoe meer u opgewonden of kwaad wordt, des te minder kan uw hond u volgen.

* Angst voor honden komt ook bij honden voor. Pups hebben veel contact met andere honden nodig en moeten zoveel mogelijk met soortgenootjes spelen. Als zulke kleine pups alleen nog maar mensen zien, leren ze niet om met soortgenoten om te gaan. Tegenover andere honden gedragen ze zich vals en ze zullen zeker een keer gebeten worden. Het gevolg is angst voor soortgenoten. Een pup van twaalf weken went even gemakkelijk aan mensen als een jongere pup.

* Speel met mij" vraagt een hond als hij voorpoten en buik tegen de grond legt en daarbij zijn achterste in de lucht steekt. Als 'versterking' van hun spelgeblaf slaan veel rassen bovendien wild met hun staart heen en weer. Bij jonge wolven en verwilderde honden verdwijnt dit spelgedrag na hun tweede levensjaar. Bij honden blijft het tot op hoge leeftijd. Een hond in speelstemming is bijzonder ontvankelijk voor nieuwe trucjes. Van zo'n gelegenheid kunt u gebruik maken.